HOME

C.V.

PHOTO PAGE

MUSIC

BRUSSEL & het verhuisbericht  EN ANDERE VERHALEN

SARASTRO'SDIARY

WIN / GAGNEZ :CD

LE VOYAGE d'HIVER
(WINTERREISE)

 

Nieuw!!  Ouwelullen klik hier

Brussel en het verhuisbericht 

 

Uit het dagboek van een operazanger; 
©René Linnenbank

5 April 1998

Een nieuwe productie met een nieuw gezelschap in een nieuwe stad en voor de rest hetzelfde liedje. Orfeo met de Nationale Opera De Munt in Brussel. Het regent, hoewel het woord "regen" niet precies uitdrukt wat er buiten gebeurt. De taxi ziet kans om pal voor de deur te parkeren maar de tijd die ik nodig heb om mijn koffer uit de achterbak te halen en de anderhalve meter naar de deur af te leggen is ruimschoots voldoende om me volkomen doorweekt het hotel binnen te laten spoelen. Het welkom verloopt klungelig. Niet zozeer van de kant van de conciërge, hij is uiterst correct, maar ik heb moeite om me in de juiste taal uit te drukken De conciërge verifieert geroutineerd een formulier met boekingsgegevens en rekent me even het bedrag, voor de hele periode, voor; 77000 BF. Ik kijk naar het bedrag maar het enige dat in me opkomt is het liedje "hi, hi, hi, ha, ha, ha, 'k stond erbij en ik keek ernaar". Zevenenzeventigduizend franken, zevenenzeventigduizend oliebollen, zevenenzeventigduizend onderbroeken... het zegt me geen malle moer want ik kom net uit Frankrijk waar er ongeveer tien franken in een pond gaan... er gaan tussen de drie en een half en vier gulden in een pond... ik meen me te herinneren dat er ongeveer twintig Belgische franken in een gulden gaan, maar de gulden zegt me op het moment niet veel meer. De gulden schommelt op het moment nogal ten opzichte van de pond en de pond ten opzichte van de Franse frank dus wat de Belgische frank ten opzichte van de pond betekent, daar heb ik geen flauw benul van. De conciërge begrijpt mijn verwarring en aangezien ik Nederlands met hem spreek begint hij het bedrag voor me om te rekenen naar guldens, hij kijkt een klein beetje verbaasd als ik hem vraag om het bedrag in ponden uit te drukken maar met een druk op de knop verschijnt het magische getal £1200,- Voor ongeveer zes weken is dat geen misselijk bedrag. Maar goed, het moet maar. Ik ken de stad helemaal niet en ik moet dan maar vertrouwen op het personeel van de opera dat de stad en de wensen en behoeften van operazangers kent en me niet ergens in een goedkoop louche pensionnetje stopt. Ik neem de lift en als ik op de vijfde verdieping uit stap ziet de wereld er anders uit. De ingewanden van een mysterieus wezen. Zacht gedempt licht komt op strategische plaatsen uit het plafond en maakt lichte kringen op de donkere vloerbedekking. Het is er warm en de lift deur zoemt zachtjes dicht. 1508 is mijn kamer nummer en ik zie op de deuren recht tegenover me de nummers 1505 en 1507 rechtsaf dus denk ik en ik zeul mijn zware koffer de hoek om rechtsaf de gang in. De eerste deur aan de rechterkant is 1506, hier loopt het dus weer af denk ik en ik draai me om gevolgd door mijn grote zwarte koffer op wieltjes, langs de lift, de gang aan de andere kant in te lopen. 1505, 1503, 1501, 1502 en 1504 vind ik in dit stukje doodlopende gang en meer niet. Dus toch aan de andere kant. Mijn trouwe koffer hobbelt weer achter me aan, terug naar de andere gang. 1506 en een stukje verder,... ja! 1508. Ik open de deur en stap alweer een nieuwe wereld binnen. Het is er warm, een klein gangetje met rechts de badkamer en rechtvooruit de slaapkamer. Een degelijk bankbed van grijsgeverfd hout met roodachtig geometrische bekleding staat recht voor de deur en in dezelfde stijl een tafel aan de andere kant tegen de muur. Het heeft niet echt stijl, maar het is ook niet stijlloos. Alles is grijs. Er staat nog een grijs burootje en een grijs nachtkastje en een TV op een grijs kastje met wieltjes. Het bijzondere van deze hotelkamer is dat het een eigen keukentje heeft dat ik onmiddellijk inspecteer. Grijze kastjes met een rood knopje en een rood randje. Alles is sober en degelijk maar mooi schoon en het lijkt erop dat de keuken redelijk compleet is ingericht. Ik vind van alles in de kastjes en laatjes. Potten en pannen, bestek (er is zelfs een scherp mes om groenten te snijden!), vergiet, kaasrasp, theepot, koffiepot, compleet met filter en filterzakjes, een elektrisch kookplaatje met twee ringen en een piepklein oventje. Dat ziet er in ieder geval goed uit. De badkamer is donker en ruikt naar sigarettenrook. Het zoemt er, het is tóch echt een hotel! Waarom zoemen hotelkamers altijd? Ik ga terug naar de kamer en bestudeer het uitzicht. De vitrage stinkt ook naar sigaretten en het uitzicht is, aan de achterkant van bet hotel, niet om over naar huis te schrijven. Het giet met bakken uit de lucht, alles is grauw en grijs. Ineens ben ik weer heel erg eenzaam, het overvalt me soms zomaar. Vaak vind ik het helemaal niet erg om alleen te zijn maar zo af en toe bekruipt me dat intense gevoel van verlatenheid. Het is een keuze die ik zelf gemaakt heb, ik heb ervoor gekozen om de wereld rond te reizen en te werken als solist. Het brengt fantastische rijkdommen met zich mee, een schat aan indrukken en als het werk goed gaat, eer en voldoening maar zo af en toe komt de rekening en die kan behoorlijk gepeperd zijn. Zes of zeven weken ga ik hier in dit kleine hokje wonen en ik ben al vijf weken van huis. Ik ben ontworteld. Buiten klaart het even een klein beetje op, ik ga maar eens wat inkopen doen want er is nog geen zout en peper in het keukentje aanwezig. Op de gang, terug in de ingewanden van bet hotel, staat een vreemd warrig spoor geschreven in het glad gezogen tapijt. Als het via allerlei warrige bochten uiteindelijk in de richting van de lift wijst realiseer ik me dat het van de wieltjes van mijn koffer is. De lift bezingt zijn aankomst met een zeer luid, semi-muzikaal pingpong en buiten giet het weer. Brussel huilt, denk ik als ik mijn jas hoog dicht knoop. De eenzaamheid valt met bakken uit de lucht.

Orfeo

Het repeteren is eigenlijk niet zo interessant om over te vertellen. Het is heel erg interessant voor mij omdat ik voor het eerst met René Jacobs werk, een specialist in dit genre, en omdat het een productie is die geregisseerd wordt door een dansgroep in plaats van een regisseur. Gaandeweg kom ik er achter dat deze productie een heel speciale productie is, opgestart door Trisha Brown, een bekende Amerikaanse choreografe die, gefascineerd door de muziek en het verhaal van Orfeo, wilde pogen dit stuk in een combinatie met dansers en zangers op bet toneel te zetten. De Munt Schouwburg raakte erbij betrokken en stak er samen met de 'Barbican', het festival in Aix-en-provence en 'le Chatelet' in Parijs een enorme hoop geld in. Genoeg om een dirigent als René Jacobs, plus Het koor en orkest van collegium Vocale te kunnen bekostigen. Vanaf de eerste repetities is de grote baas van 'La Monnaie' bijna dagelijks bij de repetities aanwezig. Soms zit er zelfs een heel panel van belangrijke personen op een rijtje te kijken naar hoe wij ons door een gecompliceerde choreografie heen worstelen. Elke repetitie voelt als een voorstelling, of op zijn minst een auditie. Het helpt niet dat er ook nog een T.V.ploeg van de BRT regelmatig stukken van de repetities komt filmen voor een reportage over Trisha en Orfeo. De intensiteit van de repetities is enorm, maar het werken met de dansers is geweldig. De Trisha Brown Company bestaat uit een kleine groep ervaren dansers die gezamenlijk de choreografieën ontwikkelen. Naast een rijke dans ervaring hebben ze stuk voor stuk doceerbevoegdheden en allerlei interessante specialisaties. We krijgen dagelijks een uur dansles van de een of de ander. Behalve een algemene opwarming en kennismaking met heel veel verschillende facetten van bewegen krijgen we korte specifieke instructies en training om de inhoud en achtergrond van bepaalde bewegingen te leren kennen. Langzamerhand begin ik dans, net als muziek, als een taal te zien. Ik ontdek een totaal nieuwe vorm van communiceren.

Mijn grote angst dat een zanger (om het even hoe bewegelijk) er naast een getrainde danser uitziet als een houten paal wordt gaandeweg weggenomen door de enorme ervaring en kennis van zake van Trisha Brown. We staan uiteindelijk allemaal samen op het toneel, dansers, solisten en koor. We dansen allemaal samen hetzelfde repertoire, maar,... als je dansen als een taal beschouwd, spreken de zangers in kernwoorden en korte frases terwijl de dansers in prachtige volzinnen een verhaal vertellen. Dit is de allereerste keer dat ik een samenvoeging van dans en zang zie die overtuigend en boeiend is en ik maak er nota bene zelf deel van uit! Ik zal nu niet te lang uitweiden over het hele repetitieproces en de gebruikelijke voorbereidingen voor een operaproductie als deze, ook mezelf pluimen in mijn reet steken lijkt me niet zo interessant. Ik zal de ervaring meenemen en verwerken in mijn verdere carrière en in de toekomst met veel plezier terugdenken aan een zeer bijzondere productie. Het leven gaat verder.

Het verhuisbericht.

Het is altijd interessant om verhuisberichten te ontvangen. Mensen die hun hele hebben en houwen inpakken om ergens anders een nieuw thuis in te richten, daar zit vaak een verhaal aan vast, een nieuwe baan, een nieuwe relatie of juist een verbroken relatie, gezinsuitbreiding, er is altijd wel een reden voor een verhuizing. Er gaat zoveel organiseren gepaard met het veranderen van adres dat er maar weinig mensen gewoon voor de lol hun boeltje in- en uitpakken. Elk verhuisbericht is een verhaal apart, maar wanneer je je eigen verhuisbericht ontvangt via de officier van justitie wordt het pas echt interessant

Het was een donderslag bij heldere hemel. We hebben in ons flatje in Londen nu bijna vijf jaar zonder problemen gewoond en het laatste waar we op rekenden was een ontruimingsbevel van het gerechtshof. Het was niet eens direct aan ons geadresseerd, maar aan "alle bewoners" van ons huis. De benedenbuurvrouw had de brief opgeraapt en geopend. Ze wist eerst niet wat ze er mee moest, en heeft de brief een dag of wat laten liggen voordat ze ermee naar Steff stapte om te vragen of zij er eens naar zou willen kijken.

Hij kwam van de "court service" van "Lambeth county court" en zag er alsvolgt uit:

ALL OCCUPANTS

EVICTION NOTICE

Re Alliance & Leicester plc... v ... Mr (onze huisbaas)

As you have failed to give possession of the premises to the Plaintiffs, or made Payments as directed by the Court, the above Warrant has been issued and should be enforced forthwith.

TAKE NOTICE that the premises above are to be vacated by: 3Oth APRIL 1998 ALL PERSONS will be EVICTED at: 10.30AM on that Day.

On the above date in pursuant to the Judgement in this action, debt & costs of

£80.00 have been incurred and should be paid to the Court Office forthwith. Your goods may be removed to recover this amount, plus removal charges. On the day of eviction.

Please note (wetsartikel no...)

NOTE: (bla, bla, bla ) It may be helpful for you to contact your local Homeless Persons Unit and or seek Professional advice, before the above date, producing this notice.

en dan nog een keer in grote vette letters dat we ons vooral aan de deadline moeten houden en het huis vóór die tijd moeten ontruimen.

Steff in Londen schrok zich rot en sloeg meteen alarm. Ik was laat terug op mijn hotelkamer in Brussel en ik kon eerst nauwelijks geloven wat ze me vertelde. Zoiets kun je in Nederland je niet indenken, daar zijn allerlei huurbeschermingen en hulpinstanties. Ik kalmeerde haar en zei dat we maar eerst eens moesten gaan informeren bij verschillende rechtshulpinstanties in Londen naar onze eigen positie. Ik kon me niet voorstellen dat we gewoon zomaar op straat gezet zouden kunnen worden maar slapen deed ik niet echt die nacht. Daar zit je dan in Brussel terwijl in Londen ineens je huis ontruimt dreigt te worden. Ik kan van hieruit niets doen, we zijn net met repeteren begonnen en het rooster is heel erg compact. Ik kan er niet zomaar even tussenuit. En stel je voor dat Steff ook niet thuis geweest zou zijn. Precies veertien dagen hebben ze ons gegeven om onze spullen te pakken. Steff had gemakkelijk twee weken in Frankrijk kunnen zitten en dan waren we allebei thuis gekomen in een leeg huis. Maar ik kan nog steeds niet geloven dat het echt zover zal komen dat we ons huis uit moeten hoewel mijn vertrouwen in onze huisbaas, door dit voorval alleen al, zeer ernstig geschonden is.

'sOchtends, na een repetitie, spreek ik over het voorval met een collega die toevallig zelf erg met huisproblemen te maken heeft. Hij heeft samen met zijn vriendin een huis gekocht en probeert nu zijn eigen, en haar oude, huis te verkopen. De problemen die zich daarbij voordoen zetten hem direct aan het denken. Misschien kunnen we het ene probleem met het andere oplossen en kunnen Steff en ik zijn huis huren als de verkoop niet doorgaat. Heel aardig van hem, maar zover is het nog lang niet denk ik. Ik bel Steff en die heeft inmiddels met veel moeite allerlei informatie verzameld. Volgens een bevriende advocaat is een dergelijk ontruimingsbevel precies wat het is, er is een wet die je het recht geeft om de eigenlijke ontruimingsdatum veertien dagen te verschuiven, maar dat is alles. De rechtbank geeft ook niet veel meer informatie dan wat er in de brief staat, ontruimen vóór de 30ste April en het bureau voor rechtshulp blijkt voortdurend in gesprek dus daar hebben we niet zoveel aan. Het ziet er dus toch wel zorgelijk uit. Ik had gedacht dat dit misschien een wat uit de hand gelopen aanmaning van de bank voor onze huisbaas zou kunnen zijn om zijn hypotheek te betalen, maar als zowel de rechtbank als een onafhankelijke advocaat zeggen dat dit wel degelijk een gerechtelijk bevel is begin ik toch ernstig rekening te houden met een mogelijke gedwongen verhuizing. Het wordt nog beter!... Later op de dag belt Steff nog een keer terug. Ze heeft op school ook zo eens wat rond gevraagd en een behulpzame secretaris heeft met haar naar Alliance & Leicester gebeld om wat meer informatie in te winnen over de aard van het probleem. De reactie van de bank was erg interessant. Allereerst gaven ze uiteraard weinig specifieke informatie behalve ook hier de bevestiging dat het ontruimingsbevel onherroepelijk was, maar het interessante was hun reactie op het feit dat Steff zich voorstelde als de huurder van het bewuste adres. De bank was zich blijkbaar niet bewust van huurders in het huis, en dat terwijl we toch al vijf jaar lang keurig jaarlijkse huurcontracten ondertekend hebben. Wat precies de oorzaak van het ontruimingsbevel is weten we nog steeds niet, maar wat steeds duidelijker wordt is dat de huurbaas spelletjes aan het spelen is waar wij ongewild bij betrokken worden. Steff heeft inmiddels ook met de huurbaas zelf gesproken. Zijn verhaal is dat hij een eerdere brief van de bank nooit heeft ontvangen waardoor de bank met deze drastische maatregel op de proppen gekomen is. Hij gaat het allemaal regelen met de bank. Wij hoeven ons geen zorgen te maken, dat ontruimingsbevel maakt hij wel ongedaan.

Steff heeft een dag vrij genomen van school om al deze problemen uit te zoeken en ik probeer mijn hoofd bij mijn repetities te houden, maar echt goed lukt dat niet. Dan belt Steff weer, de huurbaas had weer gebeld en was woedend. De bank was allerlei lastige vragen gaan stellen over huurders en zo, en hij had begrepen dat wij contact hadden gehad met de bank. Steff was geschrokken van zijn reactie en durfde er niet direct voor uit te komen dat zij, of eigenlijk iemand van haar school met de bank gebeld had dus had ze verzonnen dat ik vanuit Brussel met de bank gebeld had. Daar was ik niet blij mee. Ze gaf me een precies verslag van het gesprek met bank, gelukkig was dat kort en weinig informatief, maar toch. De huisbaas had mijn telefoonnummer in Brussel en als hij mij zou bellen zou ik moeten gaan uitleggen dat, aangezien Steff al met hem gesproken had ik, om meer informatie in te winnen, besloot een aantal andere bronnen aan te boren. Daar is volgens mij, en daar hoef ik niet eens over te liegen, niets illegaals of onfatsoenlijks aan want een bank zal me nooit informatie geven die vertrouwelijk is. Voor de zekerheid stuurt Steff de bewuste brief maar even per fax zodat ik in ieder geval weet waarover ik praat, mocht hij bellen. Hij belt mij niet maar gaat bij Steff langs om een hele serie instructies te geven. Als er meer brieven komen van de bank, dan moet ze die meteen aan hem geven, als er iemand van de bank belt dan woont hij daar wel maar is net even weg en als er iemand aan de deur belt hetzelfde. Steff zegt maar ja, ja, maar vanbinnen kookt ze. Ze is beslist niet van plan om hem de hand boven het hoofd te houden en daarmee mogelijk betrokken te raken in een fraude zaak tussen de bank en de huurbaas. De huurbaas gooit er nog een schepje bovenop. Hij besluit zelf aanwezig te zijn als er iemand van de bank komt controleren en installeert zich in het trappenhuis. Hij blijft maar volhouden dat alles goed komt maar voor ons is de maat vol. We besluiten niet op de uitkomst van zijn onderhandelingen te wachten en te verhuizen. Mijn enige bedenking daarbij is dat, stel dat hij zijn zaakje regelt met de bank en het ontruimingsbevel wordt ingetrokken, zijn wij het dan die het huurcontract verbreken en daarmee verantwoordelijk voor het vinden van nieuwe huurders, of niet. Ik vraag wat rond maar ik vind geen echt duidelijk antwoord. Ondertussen begint de tijd wel te dringen. Als hij het financiële dispuut, zoals hij het zelf noemt, bijlegt dan is op zijn minst ons vertrouwen in hem verdwenen (niets dat ons garandeert dat een dergelijk voorval niet één of twee maanden later weer opduikt) en als hij zijn problemen niet oplost, als hij in financiële moeilijkheden zit, dan horen we dat pas weer over een paar dagen en dan moeten we in minder dan een week een verhuizing regelen. We verbellen een klein vermogen aan telefoonkaarten en besluiten dat we niet langer in die flat willen blijven wonen. Steff vindt het ook heel vervelend dat de huisbaas nu dag en nacht in het trappenhuis bivakkeert. Het geeft een bedreigend gevoel, alsof ze voortdurend gecontroleerd wordt in alles wat ze doet. Als de bel gaat opent hij beneden de deur, en als ze zelf de deur uitgaat zit hij daar met zijn koffertje op de trap. Het huis is erg gehorig dus ongetwijfeld kan hij met alle telefoon gesprekken meeluisteren, tenzij Steff de telefoon meeneemt naar de keuken, maar dat betekent dat ze nu min of meer verbannen is naar de keuken. Een erg onplezierige situatie. Gelukkig hebben haar klasgenoten aangeboden om ombeurten een nachtje te komen slapen want anders zou ze ook s'nachts nog geen oog dicht doen.

Steff zet een heel bedrijf in gang. Een logeerplaats wordt geregeld, opslagplaatsen gevonden bij diverse ouders van vrienden, verhuisdozen gekocht, busje gehuurd enz. enz. Ik moet in godsnaam maar een dag vrij zien te krijgen om mee te helpen met het inpakken en verhuizen. Met de verkoop van één van de huizen van mijn collega wil het niet vlotten dus dat is goed nieuws voor ons, maar niets is nog zeker. Het enige dat zeker is, is dat zowel Steff als ik bijna geen oog meer dicht doen. Steff is al een paar dagen niet naar school geweest en ik heb grote moeite om me te concentreren op mijn werk. Trisha Brown is een schat, want hoewel er in dit stadium van de repetitie in principe niemand gemist kan worden heeft ze alle begrip voor mijn probleem en geeft me een dag vrij zodat ik bijna een heel weekeind weg kan. Leve de kanaaltunnel!

De spanning begint een beetje af te nemen nu de beslissing is genomen om te verhuizen, het is goed te weten waar je staat want als we al die tijd nog zouden zitten wachten op de uitkomst van het dispuut tussen de bank en de huisbaas, dan waren we allebei nu beslist doorgedraaid. Ook zouden we misschien de beslissing van de rechtbank kunnen aanvechten omdat we een geldig huurcontract hebben tot Oktober, maar dan zijn we waarschijnlijk tot Oktober aan het procederen en dan moeten we er alsnog uit omdat het contract afloopt. Nee, het is beter te weten waar je staat, ook al is dat op straat.

Als ik thuis kom ziet de flat er droevig uit, niet in de laatste plaats omdat Steff bijna bedolven wordt onder de stapels verhuisdozen. Wat een contrast met het huis dat ik drie maanden geleden, niets vermoedend achterliet. Alle schilderijen en foto's zijn van de muur gehaald, de kasten zijn leeg en overal staan stapels dozen en plastic zakken. Mijn studeerkamer is alleen nog nauwelijks aangeroerd. Dat is mijn belangrijkste taak, het inpakken van alle boeken, papieren en onafgedane administratie. Er gaat een onvoorstelbare berg troep in de vuilnisbak, ik heb nog nooit zo'n rigoureuze voorjaarsschoonmaak gehouden. Steff heeft ook nog een stapel oude kleren voor me om uit te zoeken, alles wat ik meer dan een jaar niet gedragen heb gaat weg. Er zitten nog kleren bij die al meer dan tien jaar oud zijn. Het voelt wel vreemd, ik ben nooit zo drastisch in het opruimen maar nu moet het want we kunnen maar een beperkte hoeveelheid spullen bij vrienden kwijt. Gelukkig hebben we alleen een futonbed, een tafel, een massagetafel en een koelkast als grote spullen, de rest past min of meer in dozen.

De verhuizing zelf zal in zijn geheel op één dag moeten gebeuren, en wel tussen 9.00 en 17.00 uur want hoewel we het busje tot 9.00 uur de volgende dag mogen houden hebben wij daar niet zo veel aan want ik moet 'savonds weer terug naar Brussel. Iemand anders kan het busje wel terug brengen maar dan moeten we daar een speciale verzekering voor afsluiten en Steff durft niet met een busje door Londen te rijden. Dus moet het busje terug vóór sluitingstijd dezelfde dag. Er komen wel een hele hoop vrienden helpen met dragen en dat is een zegen want als ik alles zo opgestapeld zie staan lijkt het me toch een behoorlijk karwij om dat allemaal de trap af te dragen. Onze eerste verhuizing hiernaartoe herinner ik me nog goed. We hadden allebei haast geen spullen en we haalden het om, alles in te laden, van Noordwest Londen naar Zuidoost Londen te rijden, en daar alles uit te laden in minder dan een uur. We hadden een busje met chauffeur gehuurd op uur basis en die hele verhuizing kostte ons £15.- . Als ik nu zo eens naar die stapels kijk, hebben we in vijf jaar tijd toch wel een hoop spullen verzameld en ik begin me af te vragen of dit wel allemaal in één keer in een bestelbusje kan. Zoniet, dan wordt het een erg drukke dag.

Ik zal je de details van een zeer korte nacht en van het inladen besparen, maar ik kan je vertellen dat er een ton van mijn schouders valt op het moment dat ik zie dat het past! Het gaat er allemaal in en de hulp die Steff opgetrommeld heeft is werkelijk goud waard.

De eerste stop is Laura's ouders waar we de planten en wat dozen kwijt kunnen en als we de deur achter ons dicht getrokken hebben zie ik dat de meter van de tank bijna in het rood staat. We moeten dus ook nog ergens tanken. Het voelt vreemd om zomaar je huis uitgeschopt te worden en Steff heeft het er zeker ook niet makkelijk mee. Daar gaan we dan, net zigeuners, met al onze spullen in de laadbak van een bestelbusje. Een beetje doet het me wel denken aan de tijd dat ik in mijn bus woonde, maar toch ook weer helemaal niet. Het voelt verstoten. Gelukkig is het goed weer en rustig op de weg zodat ik even kan wennen aan het links rijden met zo'n grote bus. Laura's ouders zijn niet moeilijk te vinden en de planten worden warm onthaald, maar de dozen... één... twee... nog ééntje hoog boven op een plank, maar dan is het echt gedaan. Ik kijk eens zorgelijk naar de hoeveelheid zooi in het busje maar ik kan er niets aan veranderen. De volgende stop is Laura zelf waar Steff in het logeerkamertje mag wonen tot we wat nieuws gevonden hebben. Het bed en een paar dozen met school spullen voor Steff is alles wat we hier kwijt kunnen. Na twee van de drie adressen is er nog nauwelijks iets uit de laadbak verdwenen. De volgende en laatste stop is de ouders van Sharon die ons een halve garage toegezegd hebben. Als die garage even groot is als die van de ouders van Laura, dan hebben we aan een hele garage maar net genoeg, denk ik bezorgd, en ik merk dat Steff ook een beetje stil geworden is. Ik probeer te bedenken waar we eventueel nog meer spullen zouden kunnen onderbrengen maar de mogelijkheden liggen niet voor het oprapen. Als we aanschuiven voor de Rotherhide tunnel op weg naar Noord Londen zie ik tot mijn schrik dat de meter nu echt goed in het rood staat. "Hadden we niet ergens moeten tanken?" zegt Steff. Ik zeg "ja, maar we redden het nog wel een stukje". Wat zij niet weet is dat als je een diesel leeg rijdt, de leidingen ontlucht moeten worden en dat daar normaal gesproken een garage aan te pas komt. Ik voel me rot, ik zweet als ik met die grote bus, links door de smalle tunnel rijd, denkend aan de benzinemeter, de onbekende verhouding tussen de garage en onze hoeveelheid spullen en de tijdslimiet van vijf uur. Langzaam kruipt het verkeer door de tunnel en mijn ogen schieten heen en weer tussen het verkeer voor me, de muur naast me en de benzine meter. De tunnel loopt vrij stijl naar beneden en als we op het diepste punt horizontaal komen veert de benzinemeter een klein beetje terug naar het midden van het rode blokje. Oef... denk ik er zit nog een paar liter in en ik veeg met mijn natte T-shirt het zweet van mijn voorhoofd. We halen het door de tunnel en juichend rijden we het eerste benzinestation binnen. Eén zorg minder! Maar het hoofd blijft malen want het loopt al tegen de middag en als we niet alles kwijt kunnen in de garage van Sharon's ouders dan moeten we nog heel gauw iets anders organiseren en ook nog zorgen dat we niet in de spits komen vast te zitten. De eerste deadline is bet autoverhuurbedrijf, maar als we echt in tijdnood raken dan ga ik me ook zorgen maken over mijn trein terug naar Brussel want die gaat om zeven uur.

Sharon's ouders wonen in een typisch Engels straatje met gekleurde voorgevels, geschoren gazonnetjes en een stoep die er uitziet alsof hij elke dag gezogen wordt. We zien de garage al naast het buis, hij lijkt niet klein, maar je weet niet wat er al in staat. Van de zenuwen rij ik achteruit een tak van een prachtig bloeiende boom af. Ik zet de bus gauw weer een klein stukje vooruit in de hoop dat niemand het gehoord of gezien beeft, maar als ik om de bus been loop steekt er een hele bos bloemetjes uit bet bovenste achterlicht, schattig! . Sharon's vader, die inmiddels naar buiten gekomen is, maakt zich er helemaal niet druk over. Hij is blij ons te zien en vraagt of we erge honger hebben want de sandwiches staan klaar in de keuken. Het enige waar ik zelf aan kan denken is die garage! Hij gaat ons voor en verontschuldigt zich dat er wel nog wat spulletjes van Sharon in staan. Mijn hart zinkt. Dan opent hij, tergend langzaam, de deur van de garage en voor me zie ik wat op dat moment een paleis niet kan overtreffen. Een zo goed als lege garage met in het midden een klein tafeltje met een paar kleine doosjes erop. Ik kan de goede man wel om de hals vliegen. Hij gaat maar door met verontschuldigen voor een ladder die nog ergens in een hoek staat en maakt zich zorgen of het tafeltje van Sharon niet in de weg staat. Maar ik hoor het al niet meer. Ik steek zonder verdere ongelukken bet busje achteruit het pad op en binnen een half uur zitten we voldaan sandwiches te eten. Het gewicht dat we bij die lieve Engelse mensen achterlaten is voor de ene helft onze spullen en voor de andere helft onze zorgen. Ik geloof niet dat ze er enig idee van hebben hoe geweldig ze ons geholpen hebben.

De terugweg door de tunnel voelt bijna als of we op vakantie gaan.

We hebben nog een paar dozen met spulletjes die bij de hand moeten blijven en die we bij Sharon en Kevan in Lewisham mogen neerzetten. We moeten daar toch heen om Kevan, die de hele verhuizing heeft mee gezeuld en gesjouwd, weer thuis af te leveren.

Zonder verdere complicaties leveren we, om kwart voor vijf, de bus af bij het verhuurbedrijf en nemen we de bus naar Waterloo waar we eindelijk bij een kopje koffie tot rust komen. Daar zitten we dan, dakloos in een cafeetje op Waterloo Station. Het was een onverwacht weerzien maar veel tijd hebben we niet gehad voor elkaar. Het afscheid valt zwaar dit keer. Ik heb nog bijna vier weken te gaan in Brussel en Steff moet proberen weer enigszins in een studie ritme te raken. In ieder geval hebben we met de huisbaas en zijn fraude nu niets meer te maken, dat zijn onze problemen niet meer. In de trein denk ik aan Steff die naar 'huis' gaat maar aan het loket moet gaan vragen hoe ze daar komt. De hele situatie komt me nog steeds zo onwerkelijk voor. Het is alsof alles in een film of een droom gebeurd is, zelfs die avond dat de huisbaas mij in Brussel belde om te proberen te begrijpen waarom wij besloten hadden om te vertrekken. Steff had hem terwijl hij op de trap bivakkeerde medegedeeld dat wij besloten hadden om te verhuizen. Hij had het bericht zwijgend aangehoord, zijn gezicht verbleekte en zonder iets te zeggen had hij zich omgedraaid en was de trap af gewankeld. De volgende avond belde hij mij. Het was kwart voor elf, ik was moe van een hele dag repeteren en wilde juist naar bed gaan. Met Steff had ik het verhaal met de bank al uitvoerig doorgenomen en ik had zijn telefoontje al eerder verwacht. Toen ik de telefoon opnam dacht ik eerst dat het Steff was maar een zielige zucht en een stotterend "Oh, oh, oh,... is that Rennay" liet me niet lang in onzekerheid. Als je je kunt voorstellen hoe het klinkt als iemand vanuit zijn schoenen praat dan hoef ik het hier niet te beschrijven en als je je dat niet kunt voorstellen dan heeft het ook geen zin om uit te leggen hoe dat klinkt want ik heb daar geen vocabulaire voor. Het werd een gesprek samengesteld uit een aantal monologen. Hij begon en ik liet hem aanmodderen zonder enige onderbreking. Het hele verhaal van de verloren gegane brief van de bank en zijn vertrouwen in de goede afloop van deze kwestie kwam in horten en stoten, bijna mechanisch op de proppen. Ik kende het hele verhaal maar met meer details. Hij was geschokt dat we hem niet het vertrouwen schonken om deze hele zaak tot een goed einde te brengen. Ik geloof dat ik daar eindelijk op reageerde met de opmerking dat we hem hadden vertrouwd dat een zaak als deze zich nooit zou voordoen. En ik legde hem uit dat Steff en ik allebei in het buitenland wonen en dat een veilig huis voor ons een noodzaak is. Dat Steff door dit hele voorval al een week niet gestudeerd beeft en dat ik heel veel geluk heb dat ik met vriendelijke en begrijpende mensen werk anders had me mijn gebrek aan concentratie wel eens mijn baan kunnen kosten. Nu was het zijn beurt om stil toe te luisteren. Ik vertelde hem dat wij niet wilden wachten op de uitkomst van zijn geschil met de bank en daarom besloten hadden om vóór de gestelde datum te vertrekken. Hij opperde dat dat niet nodig zou zijn maar ik legde hem uit dat ons besluit definitief was en er viel een lange stilte. Ik vroeg me soms af of hij huilde. Hij begon te vertellen dat hij ons altijd zeer hoog had aangeslagen en erg ontdaan was dat we hem zo in de steek lieten. Hij had het gevoel dat wij hem aansprakelijk stelden voor wat er gebeurd was maar dat het toch vooral de bank was die een fout gemaakt had en waar hij door gedupeerd werd. Er passeerden veel aanknopingspunten om op te reageren maar ik liet het merendeel gaan omdat ik geen zin had om verward te raken in onbelangrijke details terwijl hij de essentie weigerde te begrijpen. Voor ons was het belangrijkste dat hij met zijn spelletjes met de bank onze zekerheid ondermijnde en dat we geen zin hadden om medeplichtig te worden aan een fraudezaak, maar daarover viel geen woord. De bank kwam wel ter sprake en ik legde hem uit dat ik geen enkel kwaad zag in het inwinnen van informatie, punt uit. Op zijn argumentatie dat de bank onredelijk is met het berekenen van 4% extra voor een hypotheek als het pand commercieel verhuurd wordt reageerde ik niet. Hoewel ik het gedeeltelijk met hem eens ben dat de banken in Engeland een soort gelegaliseerde criminaliteit voorstaan had ik toch in mijn hoofd dat je, wanneer je het spel speelt, je aan de regels moet houden. Maar ik zei niets want de toon van het gesprek liet geen ruimte voor een zinnige discussie. Hij wilde alleen bevestiging horen van het idee dat hij altijd alleen het beste voor heeft met zijn huurders. Hij staat altijd garant voor veiligheid,... hoe vaak hebben wij niet aangedrongen op een brandblusser en/of een nooduitgang en nooit gekregen. We hebben zelf uiteindelijk een rookmelder geïnstalleerd. Hij zou volgens zijn zeggen nooit een probleem uit de weg gaan maar altijd confronteren en oplossen... Ik herinner me dat hij me na een dispuut met een huurder naast ons letterlijk zei dat hij in het geval van een probleem vaak verkoos om een poosje te verdwijnen tot de lucht wat geklaard was en dan was meestal het probleem ook geweken. (d.w.z.opgelost door de huurder zelf). Hij zou nooit iets illegaals doen maar hij bedriegt de bank en vraagt ons om daar in mee te doen. En als hij op mijn opmerking, dat wij geen idee hebben of hij in financiële moeilijkheden verkeert en of hij wel of niet in staat is om zijn problemen met de bank op te lossen, antwoordt dat wij toch de eersten zouden zijn met wie hij zoiets zou bespreken kan ik alleen maar denken aan een gesprek van en paar maanden geleden waarin hij met pijn en moeite een huurverhoging voorstelde vanwege de steeds stijgende rentestand. Aangezien we nagenoeg niets van zijn persoonlijke situatie af weten zou dat best een signaal van financiële problemen kunnen zijn. Ik laat hem praten en zeg niets van alles wat ik denk, ik heb geen zin in een laaiende ruzie en een eindeloze discussie. Uiteindelijk verklaart bij bijna huilend dat hij het heel erg vindt dat we op deze manier uit elkaar moeten gaan nadat we toch zo'n goede relatie hadden en alle goede zorgen die hij voor ons gehad heeft, het zorgen voor de plantjes als we op vakantie waren, de geschenken in de vorm van kortingen op de huur, de lage huurprijs enz. enz. Hij heeft gelijk, we hadden een goede relatie voordat we erachter kwamen dat hij met zijn speculaties onze veiligheid op bet spel zette. Ik zeg dat wij waarschijnlijk na een poosje de hele soris van het verbuizen zullen zijn vergeten en ons alleen nog de goede zorgen van de huurbaas zullen herinneren en ik wijs hem op de kosten van een lang internationaal telefoongesprek. Hij wimpelt het kosten aspect af als onbelangrijk maar begrijpt de hint. We zijn al meer dan een uur aan de telefoon. Hij sluit af met het verzoek of we dan in ieder geval nog persoonlijk afscheid kunnen nemen hetgeen ik niet uitsluit maar ook niet direct noodzakelijk vind. We spreken af dat als we elkaar niet op de dag van de verhuizing treffen dat ik dan contact zal opnemen als ik terug ben in Mei. Dat is wat hij wilde horen, nu kan hij gaan slapen. Als ik de hoorn neerleg heb ik het gevoel dat ik een vriendin de bons heb gegeven, alleen dan een vriendin waar ik nooit enig gevoel voor gehad heb. Ik bel Steff en heb nog eens een uur nodig om verslag te doen van het hele gesprek. Het is bijna één uur als ik uiteindelijk in bed stap. Het hele telefoonverhaal, het inpakken, het rijden door de stad met een lege tank, het afscheid het is een on-realiteit, een fictiebubbel die langzaam aan me voorbij gaat.

Ik kijk op en vanuit de "Eurostar" zie de Engelse koeien voorbij snellen, in een schemerig landschap. Dag koeien, dag bomen, "Addio terra, addio cielo, e sole, addio" . Terug naar Orfeo, terug naar Brussel.

begin van de pagina

 

Ouwelullen

Eindelijk is het zo ver, of eigenlijk opeens is het zo ver. 3 Maart 2001, 3 uur. Een afspraak 20 jaar geleden gemaakt met een kamer genoot in Wageningen omdat we allebei wel nieuwsgierig waren hoe wij er over twintig jaar uit zouden zien en nu sta ik daar op de Dam in Amsterdam in de kou op een drukke Zaterdagmiddag naar de stroom vorbijgangers te staren. De hele Dam is opgebroken het is er een geweldige troep van dranghekken, graafmachines en loopplanken over het zand. Afspreken "op de Dam" is al vrij vaag want die is redelijk groot, en nu het een grote bouwput is wordt het er zeker niet makkelijker op, maar dat hadden we twintig jaar geleden niet kunnen overzien. Ik ben vroeg, ik ben vanochtend met de trein uit Londen gekomen en ik heb in verband met de onbetrouwbaarheid van het Engelse openbaar vervoer maar voldoende speelruimte genomen. Deze keer loopt de reis als van een leien dakje en ik ben voor tweeen al op het centraalstation in Amsterdam. Even naar de Febo een frietje eten, ik ben al zo lang niet in Nederland geweest, een frietje speciaal, mayonaise, tomatoketchup, uitjes de hele santekraam geweldig. In de trein heb ik al koffie met een gevulde koek gegeten, genoten moet ik zeggen want als je die gewone dingen lang niet ziet dan krijgt het bijna iets erotisch, een orgasme, na jaren van onthouding eindelijk "koffie met een gevulde koek!" ik kan je vertellen, je komt er op klaar. zelf met koffie van het treinwagentje!
Als ik mijn friet op heb is het nog steeds maar kwart over twee, nog drie kwartier, het lijkt wel aftellen voor het jaar tweeduizend. Hij zal ook wel een beetje vroeger aankomen denk ik en ik zoek een plekkie waar ik een beetje uit de stroom van boodschappende voetgangers kan staan en toch goed zichtbaar ben. Ik weet dat ie komt, ik heb een beetje vals gespeeld, maar dat moest wel. Ik kan het niet riskeren dat hij indertijd deze afspraak niet serieus genomen heeft of dat hij misschien niet eens meer leeft. Een reisje zomaar naar Nederland is een beetje te kostbaar als je er niet zeker van bent of de ander de afspraak zal nakomen en toch achteraf gezien was hij er geweest ook zonder conact en heb ik er een beetje spijt van dat ik het er niet op aan heb laten komen maar het zij zo. In December vorig jaar kwam die afspraak ineens erg dichtbij en ik raakte steeds meer opgewonden van het idee dat het mogelijk zou zijn om naar Nederland te gaan om die afspraak na te komen maar. Ik had Frank echt al in geen twintig jaar meer gezien en ik had geen idee waar hij zat, wat hij deed enz. enz. Ik ben op het internet gaan zoeken maar dat viel niet mee. Eerst zoeken naar "Frank, of Hagedoorn, of Hagendoorn", ik wist niet precies meer hoe je zijn naam schreef. Deze zoek opdracht kwam met minstens twee miljoen pagina's, alle Franken van de hele wereld sprongen tevoorschijn. Dat werkte dus niet. "Frank + Hagendoorn" ..... niks, "Frank + Hagedoorn",... drie paginas,  maar geen Frank Hagedoorn, alleen een publicatie waarin een zekere Frank zo en zo, en een zekere meneer Hagedoorn hebben samengewerkt. Voor mij niet interessant dus, een link met een of andere universiteit leverde ook niks op maar op een of andere manier kwam ik bij een geneoloog terecht die zijn diensten aanbood via het internet. Ik heb hem een berichtje gestuurd omm te zien of hij me kon helpen Frank te vinden. Hij schreef terug dat zijn beroep eigenlijk het vinden van dode mensen betreft maar dat hij voor een keertje wel wilde helpen met mijn speurtocht. Hij stuurde me een hele lijst met telefoon nummers van alle F. Hagedoorn's en F. Hagendoorn's die hij in het hele land kon vinden. Een enorme lijst, maar een heel goed begin. Ik heb die lijst in eerste instantie in de kast gelegd want ik had het veel te druk met zingen in December maar toen ik in Januarie weer in Londen was voor een week heb ik hem nog eens bekeken. Drie bladzijden met mogelijke kandidaten, waar moet je beginnen? Er zal wellicht familie bij zijn die me op het goede spoor kan zetten maar bellen vanuit Engeland is nog steeds niet echt goedkoop dus ik kan me niet permiteren om de hele lijst af te gaan. Ik doe een gok, je moet ergens beginnen. In 1981, toen we deze afspraak makten, woonden we in Wageningen en volgens de lijst is er een F.Hagedoorn in Wageningen. Ik raap wat moed bij elkaar en draai het nummer. Wat moet ik zeggen, een vreemd verhaal... de telefoon gaat een paar keer over en een vriendelijke mannenstem begroet mij met "Hagedoorn", ik stamel een beetje in mijn roestige Nederlands, het is elke keer weer een schok als ik ineens weer Nederlands moet praten, vooral door de telefoon. "Goeden middag", zeg ik, "mijn naam is Rene Linnenbank en ik heb een beetje vreemde vraag. Ik ben op zoek naar een zekere Frank Hagedoorn die in '81 in Wageningen woonde en nu ongeveer veertig moet zijn...." De stem onderbreekt me "Drie Maart tweeduizendeen op de Dam". Er slaat een schok van ijs en zweet, van twintigduizend volt in een mistbank, een echo in een wollen deken, van mijn hielen tot mijn schedeldak. Ik had van alles dat ik niet verwachtte dit wel het minst niet verwacht. "Frank", zeg ik, waarschijnlijk heel gewoon, of juist belachelijk geemotioneerd, "je bent het niet vergeten". "Nee," zegt ie, " ik ben het niet vergeten". Ik kan het nog niet geloven, "Ik heb je zomaar in een keer te pakken, ik sta helemaal te trillen op mijn benen" "Ik bel je omdat ik uit Londen moet komen" "Goh,.." zegt ie. "Maar ik ben er" "Ik ben er ook" zegt ie "Dag, tot 3 Maart op de Dam" Dag, tot dan", klik...
Stilte,..
Mijn hoofd gonst, een tijdsschok van twintig jaar echoot heen en weer tussen mijn tenen en mijn kruin, mijn oren suizen. Als Steff later thuiskomt begroet ik haar opgetogen met "ik heb hem gevonden, ik heb hem aan de telefoon gehad, ik heb met hem gesproken!" "Oh, mooi,.." zegt ze, "heb je wat kunnen regelen om elkaar te ontmoeten als je in April toch in Nederland bent?" .... Ik sta paf! "nee, zeg ik, ik ga op drie Maart naar nederland om hem op de afgesproken plaats en tijd te ontmoeten, je maakt geen afspraak voor over twintig jaar om die na negentien jaar en elf maanden te verzetten" Er volgt nog wat tegengesputter en wat uitingen van onbegrip maar misschien moet je er ook wel gewoon Nederlander voor zijn om dit soort dingen te kunnen begrijpen. Ik maak er niet veel woorden meer aan vuil.
Nu sta ik op de Dam en ik weet dus dat hij komt maar hij verwarde me een beetje, zei hij een uur op de Dam of was dat tweeduizendeen op de Dam, het was natuurlijk drie uur want we spraken af 03/03 om drie uur maar misschien had hij het wel verkeerd in zijn agenda staan, twintig jaar is een lange tijd en oh ja, zou hij zich het herkennings teken, de krant, herinneren? Ik weet niet of ik hem zou herkennen zomaar zonder enige hulp.
Het is kwart over twee en zelfs al zou hij hier om een uur geweest zijn dan zou hij toch wel een uur blijven of misschien terug komen na een uur, zeker nu we elkaar gesproken hebben en de afspraak bevestigd hebben. Ik heb voor de zekerheid zijn telefoonnummer maar in mijn tas gestopt.
Ik bestudeer de gezichten van de voorbijgangers, ik weet maar een ding zeker en dat is dat hij ongeveer veertig moet zijn maar dat is nog tamelijk vaag want sommige veertigers zien er uit als jonge vaders terwijl andere veertigers er uitzien als uitgeleefde meelzakken. Ik kijk rond en er loopt heel wat rond dat aan een dergelijke vage beschrijving zou kunnen voldoen. Een paar meter verder staat een pooierachtig type het trottoir af te speuren, hij lijkt wel mijn leeftijd, ik kijk naar hem maar hij tuurt geconcentreerd naar het voorbij trekkende volk. Hij heeft een scherp gezicht, modieuse, ongetwijfeld geverfde, haren, een donkere bril, het kan zijn,.. maar het is nog vroeg en ik maak geen aanstalten om kennis te gaan maken. Dan ineens heeft hij zijn prooi gevonden, hij steekt zijn hand op en baant zich een weg, kruislings door het gestaag stromende voetgangersverkeer en verdwijnt met een struisvogelachtig blondje in de menigte. Nederland is geen krantenland, en tot mijn grote genoegen zie ik niemand, afgezien van mijzelf,  met een krant onder zijn arm lopen. Dat zal de herkenning zeker vergemakkelijken. Er fietst een man voorbij met een krant in zijn hand, ik staar, hij kijkt om zich heen maar ziet mij niet, of ziet niet wat hij zoekt, hij fietst door. Het is half drie, misschien komt hij over een half uurtje terug. Een verlopen hippie loopt zoekend tegen de stroom in. Het kan, hij was, net als ik in die tijd, een beetje hippie. De zoeker zoekt, verwachtingvol blijf ik in zijn richting kijken. Als ik het ben die hij zoekt dan moet hij me zeker kunnen zien, maar ik ben het niet, hij zoekt verder. Een heertje met een stropdas komt doelbewust aangelopen, ik let vooral op voorbij gangers die alleen zijn, maar het zou best kunnen dat hij met en vrouw, een vriendin, een vriend, misschien zelfs kinderen naar Amsterdam is gekomen. Het heertje is te oud. Twee mannen staan al een poosje aan de overkant van het wandelverkeer rustig te wachten, misschien staat hij wel net als ik ergens op een rustig plekje het voorbijgaande zaterdagmiddagsverkeer te bestuderen. Ik strek mijn nek en ik kan over de hekken een groot gedeelte van de Dam overzien. Er zijn andere mogelijkheden maar waar ik sta is het dichtste bij het eigenlijke monument en het is een beetje een sluis waar het meeste verkeer, trams, auto's, fietsen en voetgangers, doorheen moet om van de ene kant naar de andere te komen. Ik loop een stukje heen en weer maar blijf toch in principe dicht bij die drukke maalstroom staan. Mijn benen worden van onderaf koud en ik zie hoe de lange schaduw van Peek & Cloppenburg langzaam omhoogkruipt naar mijn knieen. Ik steek over en sta nu recht tegen de ondergaande zon in te kijken. Het is zo veel moeilijker om gezichten te herkennen maar in ieder geval zal het voor hem makkelijker zijn om mij te zien. Het is al tien voor twee, het carrillion van de grote kerk heeft alweer een kwartier voorbij getingelt en er is nog steeds geen spoor van Frank. Het lijkt wel op vissen, uren naar het water staren en niet weten of je ooit iets zult vangen. Mensen komen mensen gaan, kandidaten uit de verte, van dichtbij te jong of te oud of gewoon niet goed. Is ie dik geworen, draagt ie een bril, is ie kaal, grijs, ouderwets of punk. Er zijn veel kandidaten maar ze hebben allemaal een ding gemeen, ze zijn niet in mij geinteresseerd. Ze zijn duidelijk niet op zoek naar een ex-kamer genoot van twintig jaar geleden die uit Engeland gekomen is om een afspraak na te komen. Zelfs al lopen ze langzaam en zoekend in mijn richting, ik heb me nu zo opgesteld dat bijna iedereen in mijn richting loopt, dan nog lopen ze alemaal langs me heen alsof ik niet besta, ik kan alleen maar concluderen dat Fank er niet bij zit. Zou hij toch de tijd verkeerd hebben onthouden, zou hij hier al om een uur geweest zijn? Zou hij mij wel kunnen vinden, wat als we elkaaar om half vier nog niet gevonden hebben, ik heb zijn numer in Wageningen, maar daar is hij natuurlijk niet, hoe kan ik hem bereiken, ik had hem misschien mijn mobiele nummer moeten geven. Ik voel me ineens heel onzeker, het is al bijna vijf voor drie, ik had hem hier toch wel een beetje voor drieen verwacht. Misschien komt hij niet, misschien loop ik hem op het laatste moment nog mis en staat hij nu verwachtingsvol op een andere plaats mij mis te lopen. Het zou toch wel heel jammer zijn als ik helemaal voor niets uit Londen gekomen ben, nou ja ik kan altijd nog gewoon naar mijn moeder in Abcoude gaan, maar dat was niet het doel van deze reis. Mensen worden duidelijk kouder en haastiger. Vermoeide boodschappers sjouwen zichzelf, zakken vol met aankopen en kettingen van drammerige nakomelingen naar hun trouwe vervoermiddel ergens in de stad. Ik voel me onzeker, hij had hier moeten zijn, ik voel me belachelijk, zo'n reis ondernemen voor een grap, een studentikoos spelletje? Tegelijkertijd voel ik me een tijdsreiziger uit een si-fi film, beam me up Scotty! Ik zie ons nog samen aan de muur werken die de kamer die we deelden in tweeen moest verdelen. We hadden deze kamer gehuurd terwijl er nog een hoop aan moest gebeuren met het idee er zelf een steentje aan bij te dragen en zo de huur wat te drukken. Frank studeerde in Wageningen maar niet aan de Hogeschool en ik was al hard onderweg om niet meer aan de hogeschool te studeren. Tijdens het verbouwen filosofeerden we veel over wat de toekomst ons zou brengen en we waren allebei gefascineerd door de onzekerheid van de jaren voor ons. Ik herinner me nog heel goed hoe we deze afspraak maakten en hoe ik me toen met geen mogelijkheid kon voorstellen wat ik over twintig jaar zou doen, hoe ik er uit zou zien of zelfs maar hoe de Dam er over twintig jaar uit zou zien. Nu sta ik hier op de Dam en terwijl ik me heel goed kan inbeelden hoe ik toen gefascineerd was door het niet weten sta ik nu midden in het weten en voel ik me een tijdsreiziger in een omgekeerde wereld. Ik reis terug in de tijd om vandaaruit vooruit te kijken naar waar ik nu sta. Alleen al die ervaring is de reis waard. Het carrillion begint te tingelen,.. drie uur,... Frank, waar ben je? Ik tuur naar de gezichten in de menigte, maar geen teken van herkenning, de stroom maalt gestaag en onstuitbaar door. Het is drie uur, het is 03/03/2001 15.00 h. Het is de afgesproken tijd, het carrillion jengelt het hele melodietje dat het gedurende de vier kwartieren in afleveringen heeft voorspeld. En ineens, als een paal in de branding, een gezicht dat niet meedobbert op de golven van de anonieme boodschappers. Een vriendelijk gezicht met kort, grijzend haar. Hij steekt over en doorkruist de stoom, onze ogen tasten elkaar af, hij komt duidelijk in mijn richting gelopen, zoekend, vragend met zijn ogen. Als hij dicht genoeg bij me is zeg ik "Frank?", hij antwoordt "Rene?", we geven elkaar een hand en bewegen ons eerst achter elkaar lopend tegen de stroom in naar een rustige zijstraat. We staan stil en kijken elkaar aan, "Jezus, twintig jaar!" zeggen we bijna tegelijkertijd "ik kan het niet geloven". We zoeken een kroeg op, later een restaurantje en later nog een kroeg tot het tijd is om naar huis terug te gaan. Tussen drie uur en half twaalf ouwelullen we twee keer twintig jaar bij elkaar.

 begin van de pagina

rene@renelinnenbank.com